Volgens de Vlinderstichting, gevestigd in Wageningen, waren er dit jaar weinig vlinders in Nederland. Dat zou moeten blijken uit de berichtgeving van 29 juli 2019. Deze keer wordt de droogte als oorzaak aangegeven. Enig bewijs daarvoor ontbreekt. De Vlinderstichting schrijft: “Ook hier is de hete en droge zomer van 2018 waarschijnlijk de oorzaak”. Let even op het woord “waarschijnlijk” - het meest gebruikte woord bij ecologen als ze ergens een verklaring voor geven. Zonder dat precies te onderbouwen.

De Vlinderstichting verstrekt geen gegevens over de aantallen eikenprocessievlinders. Door dit achterwege te laten wordt een nogal beperkt beeld gegeven van de vlinderstand. Al met al is dit bij elkaar een staaltje van meervoudige misleiding. De oorzaak van deze misleiding ligt niet alleen in de gebruikte methodologiën, maar nog meer in de filosofische grondslag, namelijk de fenomenologie, zoals die bij deze door de belastingbetaler gefinancierde organisatie wordt bedreven.

Brandnetels

Als voorbeeld voor de geringe aantalen vlinders wordt genoemd de kleine vos. Die moet het volgens de Vlinderstichting hebben van brandnetels om de eitjes af te zetten. De brandnetels zouden er vorig jaar ‘droog bij’ hebben gestaan, wat tot gevolg zou hebben gehad dat er weinig eitjes zijn afgezet.

Opvallend genoeg is de Atalanta de meest waargenomen vlinder, die het moet hebben van ... de brandnetel. Of er nu in absolute zin veel of weinig Atalanta’s zijn wordt niet duidelijk.

De Vlinderstichting meldt ook de lagere aantallen andere vlinders, met uitzondering van het koolwitje (bij de Vlinderstichting kan men een pakketje bestellen om zelf koolwitjes op te kweken).

Zelf bedachte oorzaken

In vorige jaren, toen er ook weinig vlinders waren, werd dit toegeschreven aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Die mode lijkt inmiddels voorbij te zijn, oftewel het denken over de oorzaak van ‘weinig vlinders’ is veranderd. Dat is in lijn met de huidige mode om alles aan ‘klimaatverandering’ toe te schrijven. Inmiddels is de Vlinderstichting toegetreden tot het sanhedrin voor de ‘biodiversiteit’. Dus het is even afwachten wat de Vlinderstichting volgend jaar zal beweren over de afname van het aantal vlinders en eventueel over een vlinder die het dan iets beter doet. Met 28 medewerkers hebben ze pionnen genoeg om steeds een andere oorzaak te noemen. Want als een persoon iets verkondigt kan diezelfde persoon natuurlijk niet opeens iets volkomen anders gaan zeggen.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Onjuiste en onlogische informatie

Wanneer men de website van de Vlinderstichting bestudeert komt men uiterst merkwaardige, alsook tegenstrijdige informatie tegen. Als verklaring voor de oorzaak voor ‘weinig vlinders’ staat er te lezen: “In Nederland wonen een heleboel mensen dicht op elkaar, is nog maar weinig ruimte voor vlinders. Ook zijn veel plekken waar vroeger vlinders leefden nu niet meer geschikt voor ze.”

Absurditeit van tellingen

Jaar in jaar uit organiseert de Vlinderstichting de zogeheten ‘vlindertellingen’. De absurditeit van dergelijke tellingen kan als volgt worden geïllustreerd. Als één enkele plant of type zaad wordt gepromoot via de tuincentra met daarbij informatie over welke vlinder daar verwacht kan worden, kan één enkele vlinder opeens opklimmen in de top-20. Als één plant opeens overal populair wordt, die door ongekende aantallen vlinders wordt omgeven, is het beeld van ‘weinig vlinders’ in één klap weg. Als men de ‘tuinslangmethode’ zou (laten) toepassen zullen er veeeel meer vlinders geteld worden. Als de telling iets later had plaatsgevonden, dan had de distelvlinder bovenaan gestaan (de Vlinderstichting meldt dit overigens doodleuk een week later).

Invasies van vlinders

Bij de tellingen worden tevens meegenomen de diverse soorten vlinders die door plotselinge en nogal onvoorspelbare invasies vanuit zuidelijke landen hierheen komen. Een dergelijk natuurfenomeen kan een enorme invloed hebben op de uitkomst van de tellingen. Dat maakt de absurditeit van die tellingen nog duidelijker.

Eikenprocessievlinders

De Vlinderstichting is een meester in het weglaten van gegevens. De Vlinderstichting heeft namelijk nagelaten de vlinders die ontstaan uit de eikenprocessierupsen te laten tellen. Anders was misschien een heel ander beeld ontstaan over het aantal vlinders in Nederland. Omdat eikenprocessievlinders vooral buiten de gebezigde telperiode van het jaar voorkomen én overdag moeilijk zijn te zien, zijn deze niet meegenomen. En tsja, de eikenprocessievlinder heeft een negatief imago, en is een vlinder die ‘er niet hoort te zijn’.

Fenomenologie

De Vlinderstichting is een van de vele clubjes die zich met fenomenologie bezig houdt. ‘Alleen wat je ziet is er’. Bij deze filosofische stroming speelt een causaal verband geen rol, het gaat alleen om de eigen gedachten en de intentie. Het betekent ook ‘wat je niet ziet is er niet’.

De basis voor deze fenomenologie vormt de vlindertelling, oftewel de monitoring van vlinders. Diezelfde werkwijze en denkbeeldontwikkeling treffen wij aan bij het tellen van teken, mijten (bij bijen), vogels, waterdiertjes en ... eikenprocessierupsen. Al die tellingen worden vervolgens gebruikt voor het geven van zelf bedachte verklaringen en verder niet onderbouwde adviezen. Er wordt altijd wel een relatie met iets gevonden, ook al slaat die nergens op.

Ook elders

De fenomenologie heerst niet alleen bij de Vlinderstichting. Bij het kenniscentrum eikenprocessierups gaat men ook uit van waarnemingen, vult die aan met een reeks van gedachten en heeft de intentie er wat aan te doen, ook zonder zich ook maar enigszins in de oorzaak van dit ‘fenomeen’ te verdiepen. Het is natuurlijk helemaal te gek voor woorden als er een apart ‘kenniscentrum’ wordt opgericht voor deze rups. Alsof daardoor de kennis toeneemt. Dit kenniscentrum heeft trouwens ook een hoop onzin en niet verifiëerbare ‘feiten’ naar buiten gebracht. Pijnlijk en kostbaar. Daarover later misschien meer.

De eikenprocessierups is misschien steeds minder een organisme dat in de natuur voorkomt, en des te meer in ambtelijke taskforces, die dan weer een eigen koninkrijkje gaan opbouwen. Het instellen van zo’n kenniscentrum is nog het best te vergelijken met het bouwen van een burcht. De ridders gaan op rooftocht om geld binnen te halen, en zodra dit binnen is wordt de ophaalbrug opgehaald.

Landschappen

Een punt van overeenkomst tussen beide entiteiten (Vlinderstichting en kenniscentrum eikenprocessierups) is het denken in landschappen en niet in processen. Landschappen zijn zichtbaar, en ook maakbaar. Processen daarentegen zijn onzichtbaar en ontastbaar, de gevolgen zijn wel zichtbaar. Dat komt weer door de eenzijdige ‘habitat-benadering’, de denktrant bij ‘ecologen’, ook die bij de genoemde koninkrijkjes. De absurditeit van het habitat-denken met betrekking tot insecten kan met een eenvoudige proef aangetoond worden.

Angst voor wat niet begrepen wordt

Met al die tellingen is nog anders bijzonders aan de hand. Het tellen hoort tot de wens om alles in cijfers uit te drukken. In het boekje Filosofie voor een weergaloos leven van Lammert Kamphuis staat dat volgens de filosoof Heidegger de liefde voor cijfers voortkomt uit angst voor wat niet begrepen wordt. Van dat niet begrijpen is ook sprake bij alle vakgroepen, instituten, clubs en clubjes die zich met de problematiek rondom insecten en natuur bezig houden, en ook bij iedereen die iets zegt over biodiversiteit zonder zich daarin verdiept te hebben. De term biodiversiteit is een eigen leven gaan leiden, een soort ebola-virus waarmee steeds meer organisaties en personen besmet zijn geraakt.

Tellingen en cijfers leiden aandacht af

Behalve dat cijfers een zekere exactheid suggereren leidt het ook de aandacht af. Zo is de imkerwereld er sinds de waarneming dat er varroamijten in bijenvolken voorkwamen toe overgegaan om mijten te gaan tellen. Vervolgens werd de varroamijt als vijand nummer 1 van bijen/bijenvolken aangeduid. Alle aandacht voor de gezondheid van bijen/bijenvolken is naar deze ene kwestie gegaan zonder dat men zich afvroeg waarom die mijten daar in soms zulke grote aantallen voorkwamen. Iets vergelijkbaars speelt met de teek en de borrelia-bacterie en natuurlijk met de eikenprocessierups.

Oorzaak ‘onbekend’

Veelzeggend is de statement op de website van de Vlinderstichting ‘Als we eenmaal weten wat de oorzaken zijn, kunnen we gaan kijken welke maatregelen genomen kunnen worden’. Ze hebben dus geen idee, en dat is het gevolg van het werken volgens de fenologie – en – in lijn met de rest van WUR en trawanten (bijvoorbeeld bij de Radboud universiteit en bij Naturalis), die ook geen enkel idee hebben van de oorzaak van de afname van de aantallen en soorten insecten.

De term ‘oorzaak onbekend’ komt men overigens bijna zonder uitzondering ook tegen bij al die collectebusfondsen voor allerlei ziektes en aandoeningen.

Uitdijende bureaucratie

Officiëel – volgens het jaarverslag – krijgt de Vlinderstichtingen geen subsidie, maar krijgt wel € 1,6 mln binnen voor het uitvoeren van onderzoek. De Vlinderstichting is een onderzoeksorganisatie die zich toevallig met vlinders en libellen bezig houdt. Een heleboel werk is gaan zitten in het uitzoeken hoe je op basis van tellingen en waarnemingen een goed beeld krijgt van de werkelijk aanwezige aantallen vlinders. Of er nou veel of weinig vlinders zijn maakt niet uit. Zinvolle experimenten worden niet uitgevoerd. Misschien kunnen ze een keer nagaan waarom er toch geen vlinders afkomen op de planten/bloemen die uit ‘zaadmengsels voor vlinders’ groeien. Maar dan graag wel met een goede hypothese, anders krijg je alsnog nep-resultaten uit dergelijk onderzoek.

Dus wel subsidie, maar ze noemen dat anders. Bij de Vlinderstichting werken volgens de eigen website 28 mensen. Het is een van de vele clubjes in de periferie van WUR, en tevens een verlengstuk van de ook in Wageningen uitdijende bureaucratie. Een bureaucratie die de maatschappij dagelijks met meningen, adviezen en waarschuwingen bestookt.

Maatschappelijk nut?

Afgevraagd moet worden wat het maatschappelijk nut van deze Vlinderstichting is. In ieder geval hebben ze in geen enkel opzicht een bijdrage geleverd aan het tot een halt brengen van de afname van de aantallen vlinders. En ook niet aan de noodzakelijke inzichten. Ze denken dat er meer vlinders komen wanneer je voor meer bloemetjes zorgt. De Vlinderstichting is dan ook nauw betrokken bij het verspreiden van zakjes zaad voor vlinderbloemen (er zitten geen zaadjes van brandnetels in dergelijke mengsels).

Mijn voorstel is om de Vlinderstichting op te heffen en het vrijkomende geld te besteden aan het inrichten van 533 vlinderidylles. Deze dienen, vanwege de op vlinders en andere insecten schadelijke uitwerking door de uitstoot van stikstofdioxiden, op zijn minst op 3 kilometer afstand van een drukke weg te staan. En dan vooral wel in particulier beheer en onder uitsluiting van Wageningse ‘vlinderdeskundigen’. Zo helpen we de vlinderstand en de natuur en wordt bovendien een slag gemaakt bij het terugdringen van de overmatige hobby-bureaucratie.