Volgens berichten in de pers zouden mezen het loodje leggen door bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden voor het bestrijden van de buxusmot. Dit bericht is in de wereld gebracht door het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) en het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) in Wageningen (dit instituut valt onder de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen). Deze casus is een mooi voorbeeld van hoe eenzijdig ‘wetenschappelijk onderzoek’ kan zijn en hoe vooringenomenheid de konklusies bepaalt, die als ‘resultaat’ naar buiten worden gebracht.

Publiciteit genereren

Of de mezen werkelijk door bestrijdingsmiddelen doodgaan is in geen enkel opzicht bewezen. In het onderzoeksrapportje van CLM staat namelijk “In deze verkennende studie is het niet mogelijk een uitspraak te doen over de dood van jonge mezen in relatie tot buxusmotbestrijding met (chemische) bestrijdingsmiddelen." Het is dan dus merkwaardig dat dit op een andere manier in het nieuws komt. Het CLM liet mij weten, dat zij ‘niet verantwoordelijk zijn van de wijze waarop dit in het nieuws komt.' Uit https://nos.nl/video/2282870-doodt-het-buxusgif-naast-de-buxusmot-ook-jonge-mezen.html blijkt echter dat zij zelf actief hebben bijgedragen aan dit nieuws.

Dubieuze onderzoeksmethoden

Nog onthutsender is de wijze waarop dit onderzoek wordt gedaan. Het bovenstaande onderzoek had namelijk betrekking op maar 6 mezen. Op de website van CLM https://www.doneeractie.nl/steun-onderzoek-naar-mezensterfte/-35585 staat het volgende: “Niet alle monsters komen in aanmerking voor analyse, omdat we dode jonge mezen zoeken waarvan het zeker is dat in de nabije omgeving buxusmotten juist wel of niet bestreden zijn.” Het is dus de vraag hoe via deze methode van het verzamelen van monsters nog van betrouwbare gegevens sprake zal kunnen zijn.

Andere verklaringen

Er zijn echter ook andere verklaringen voor het doodgaan van de mezen. Waarschijnlijker is dat de mezen doodgaan door het eten van de rupsen van de buxusmot. Deze rupsen bevatten namelijk nogal veel giftige stoffen, die afkomstig zijn van de buxusplant. Het gaat om vetoplosbare alkaloïden, die zich ophopen in het vetlichaam van de motten. Motten, bijvoorbeeld kleermotten die zich tegoed doen aan wollen kleding en wasmotten die de wasraten in bijenkasten aantasten, hebben namelijk een voorkeur voor voedsel met een hoog vetgehalte (de buxus is in zekere zin een soort vetplant).

Ik heb deze verklaring met de wetenschappelijke referentie aan het CLM doorgegeven, en deze antwoordde dat zij ‘dit al wisten’. Op de vraag waarom zij dit niet als mogelijke verklaring in hun rapport hadden vermeld kwam natuurlijk geen reactie.

Wat is er werkelijk aan de hand met de buxus

Interessanter is de vraag waarom de buxus de laatste jaren in sterke mate wordt aangetast door die motten. Dat ga ik natuurlijk niet uitleggen, en zeker niet met de referenties erbij, want dan zeggen ze daar, net zoals men dat in Wageningen vaak doet, opnieuw ‘dat wisten we al’ en brengen ze de gestolen kennis en inzichten onder eigen naam naar buiten. Over de teloorgang van de buxus valt namelijk nog wel meer te vertellen, want er lijkt ook sprake te zijn van een schimmel die grote schade veroorzaakt. Op grond van mijn kennis en inzichten zouden de mezen ook hiervan wel eens de negatieve gevolgen kunnen ondervinden.

Rhododendrons

Straks zijn de rhododendrons aan de beurt. Die bevatten ook nogal wat giftige stoffen. Ik ben benieuwd wat het Wageningen-circuit daar dan over gaat melden. Er gaat daar dan zeker een nieuw ‘kenniscentrum’ opgericht worden, die net zoals het ‘kenniscentrum eikenprocessierups’ een hoop onzin en halve waarheden gaat rondstrooien.