De varroamijt komt vaak en veel voor in bijenvolken op de wereld. De varroamijt is sinds eind 19e eeuw in Europa en de V.S. in bijenvolken waargenomen. Volgens diverse rapporten komt de varroamijt in Australië als enige land ter wereld niet voor. Wij denken dat dit komt door het hoge ijzergehalte van het stuifmeel van enkele veel voorkomende planten, inclusief Eucalyptus punctata. Behalve de varroamijt komen ook nog andere soorten mijten in bijenvolken voor. De varroamijt is in de loop der tijd de dominante mijtensoort geworden.

Wintersterfte en varroa

In de brochure  Effectieve bestrijding van varroa (WUR, 2010) staat het volgende: "Wintersterfte van honingbijen is in de meeste gevallen toe te schrijven aan deze ziekte."

De gedachte dat varroa verantwoordelijk is voor de hoge (winter)sterfte bij bijen is onnauwkeurig, en daardoor onjuist. Een bijenvolk kan prima in aanwezigheid van de varroamijt in leven blijven. Sinds ca. 1980 is de (winter)sterfte jarenlang tot max. 15% beperkt gebleven, ondanks de aanwezigheid van de varroamijt.

Een belangrijke vraag, die door de wetenschappelijke instellingen nooit is gesteld, is waarom de varroamijt überhaupt aanwezig is, zich heeft kunnen vestigen en dominant geworden is. Dat deze van de Aziatische honingbij Apis ceranae naar de Europese honingbij Apis mellifera overgegaan is kan eventueel waar zijn. De factoren die ervoor zorgen dat de varroamijt het op veel plaatsen in de wereld goed doet, met name in Europa en de V.S., zijn niet getraceerd. In het algemeen wordt gesteld dat de tropische honingbij meer resistent is tegen de varroamijt. Waarop dit resistentiemechanisme gebaseerd, is echter niet duidelijk en ondubbelzinnig gedocumenteerd. Het meest waarschijnlijk is dat de mijt zich in de Aziatische variant minder snel vermeerdert.

Een bij is in staat om een varroamijt van zich af te schrapen of om met varroa geïnfecteerde broedcellen te herkennen en deze schoon te maken, zie http://www.ars.usda.gov/is/video/asx/bees.asx.

Varroa en virussen

De tegenwoordig hoge (winter)sterfte in relatie tot de varroamijt wordt toegeschreven aan de virussen, die de mijt bij zich zou hebben en die op de bijen worden overgedragen. De aanwezigheid van virussen in mijten is aangetoond, alsook dat deze op bijen kunnen worden overgedragen. Waarom de hoeveelheden van deze virussen in de bijen vervolgens sterk toenemen is tot nu toe onduidelijk gebleven. Het kan te maken met verzwakking van het afweersysteem in de bijen. De virulentiekenmerken van de virussen zijn belangrijker dan de overdracht als zodanig. De virussen zijn altijd aanwezig.

http://www.extension.org/pages/64997/lessons-learned-by-the-managed-pollinator-cap:-impacts-of-varroa-parasitism-on-honey-bee-health

Varroabestrijding

Het bestrijden van varroa gebeurt met organische zuren en thymol, alsook met Amitraz. Zoals in de sectie Info over ijzertoeding is uitgelegd, berust de werking van mierenzuur, oxaalzuur en thymol op een verandering van het microbiële systeem. De werking van Amitraz wordt daar ook uitgelegd.

Verklaring aanwezigheid varroamijt

De aanwezigheid van de varroamijt in bijenvolken is te verklaren uit het model van microbiële concurrentie. Zie daarvoor de sectie Modellen van bijensterfte. Oftewel, er is sprake van een bacterie die de mijt bij zich heeft, die zich in meer alkalische omstandigheden goed kan vestigen. De rol van de virussen is hooguit bijkomend.