Conclusie uit het vele onderzoek mag zijn dat het niet specifiek de varroamijt, Nosema, bacterien of virussen zijn, die de verhoogde bijensterfte veroorzaken. Het kan zelfs zo zijn dat de bijen in de winter om uiteenlopende, niet nader gespecificeerde uit de hand lopende infectieprocessen het loodje leggen, ook al lijkt het steeds om dezelfde oorzaak te gaan. Voor een imker is niet vast te stellen waardoor de bijen zijn doodgegaan.

De huidige consensus in de wetenschappelijke wereld dat meerdere factoren een rol spelen, is in de eerste plaats uitermate oppervlakkig. Het kan simpelweg zijn dat iets over het hoofd gezien is. Gezien het feit dat over de mineralenbehoefte van bijen vrij weinig bekend is, en in geen enkel onderdeel van de vele onderzoeken naar de bijensterfte aan dit aspect aandacht is besteed, ligt hier een aanknopingspunt. Bij het vinden van een oplossing moet op zijn minst nagegaan worden welke punten in het wetenschappelijke onderzoek nog niet aan de orde zijn gekomen en welke belangrijke vragen niet gesteld zijn.

  • Er is niet aangegeven hoe de verschillende factoren samenwerken
  • Er bestaat geen idee, wat de specifieke ´sturende processen´ zijn
  • De seizoensmatige component is niet meegenomen
  • De vraag is niet gesteld waarom de varroamijt überhaupt aanwezig is
  • De vraag is niet gesteld waarom bepaalde bijenvolken op een locatie wel de winter goed doorkomen, en andere niet

In de volgende secties wordt uitgelegd, hoe de verschillende factoren samenwerken en wat de sturende processen zouden kunnen zijn. Als men met één gerichte enkele maatregel dergelijke processen kan bijsturen, dan zou dat een eerste stap kunnen zijn. Het is waarschijnlijker dat er meer dan één nieuwe maatregel nodig is.

Belang van diversiteit

Belangrijk is dat er grote diversiteit op microbiëel niveau is. Dan is de kans op dominantie door één of enkele soorten het minst. Natuurlijke kan deze gerealiseerd worden door een gevarieerde beplanting (stuifmeel). Dit is echter niet voldoende, aangezien de problematiek met de bijen eerder een belangrijke achterliggende environmental component heeft, die niet eenvoudig te beinvloeden is.

Sturing door ijzer

Met toediening van extra ijzer legt men bewust een bepaalde sturing op. Dat heeft via de experimenten een reeks waarnemingen opgeleverd, die op zijn minst niet voorspeld konden worden en waardevol kunnen zijn voor de oplossingsrichting.

Het tijdstip van toediening, bijvoorbeeld van ijzer, wordt bepaald door het moment dat de verzwakking gaat optreden. Dit is vanaf begin juli het geval. Het tijdstip van toediening wordt ook bepaald door het moment dat de mijt gaat toeslaan. Mocht het gebrek aan kracht/energie een apart, op zichzelf staand fenomeen zijn, dan kan toediening van extra ijzer op elk moment gunstig zijn.