Een bijenvolk bevat in de orde van 300 – 700 mg ijzer. Een bijenvolk haalt per seizoen naar schatting 8 tot 12 gram ijzer op, voornamelijk via het stuifmeel. Een aanzienlijk deel van het opgehaalde ijzer komt in de honing terecht. Er zit ook flink wat ijzer in de was. Geringe hoeveelheden worden aangetroffen in propolis.

Het meeste ijzer zit in de bijen opgeslagen in speciale cellen in het vetlichaam in het abdomen van de bij. In het artikel http://jeb.biologists.org/content/180/1/1.full.pdf staat informatie over de verdeling van ijzer in het lichaam. In http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3082545/ staan nog meer details.

Uit het onderstaande plaatje, door Theo Leyssen geconstrueerd en ontleend aan http://jeb.biologists.org/content/180/1/1.full.pdf blijkt dat koninginnen het meeste ijzer bevatten. Darren hebben gedurende hun hele leven ongeveer een twee keer zo hoog ijzergehalte als werksters. Link naar plaatje.

Volgens http://jeb.biologists.org/content/126/1/389.full.pdf bereikt het ijzergehalte bij ijzertoediening een bepaald maximum. Dit gebeurt in ca. twee weken en is onafhankelijk voor de hoeveelheid ijzer die beschikbaar is voor opname. Dit maximum wordt bereikt zodra de vliegbijen gaan foerageren.

In studies is aangetoond dat de vruchtbaarheid van mijten, die op voedsterbijen zitten, is hoger dan de vruchtbaarheid van mijten die op vliegbijen zitten.