Hierbij wordt de bijensterfte gezien als een voedingsprobleem dan wel een gebreksziekte. Oftewel door (kwalitatief) onvoldoende voeding raakt een bijenvolk verzwakt en is daardoor vatbaarder voor allerlei parasieten en ziektes. Dit kan vergezeld gaan van onvoldoende kracht om actief te vliegen (foerageringsafstand geringer) of onvoldoende vermogen om de temperatuur in de kast op peil te houden. Het gebrek kan opgeheven worden door de beperkende factor toe te dienen. De hypothese is dat het gebrek in het ijzer zit, waardoor diverse ijzer-afhankelijke enzymen, met name die in het oxidatieve systeem, niet voldoende functioneren. 

Voeding

Tijdens de conventie van de Californian State Beekeepers Association in november 2012 werd in elke presentatie het belang van de voeding onderstreept. De belangstelling voor de voeding zal de komende jaren verder toenemen.

Verreweg het meeste voedingsonderzoek heeft in Australië plaatsgevonden, met name op het gebied van de eiwitvoeding. Na circa 10 jaar onderzoek vanaf ca. 1990 heeft het nog 8 jaar geduurd, voordat geschikte producten op de markt kwamen.

De belangstelling voor de eiwitvoeding had vooral te maken met de wens om in het voorjaar snel voldoende sterke bijenvolken te krijgen voor de bestuiving. Vastgesteld is dat het toedienen van eiwitvoeding niet heeft geholpen bij het voorkomen van sterfte. Dat is ook logisch, want de eiwitten werken vooral gunstig uit op de groei van het broed.

Aan het belang van mineralen is in het geheel geen aandacht besteed.

Door toediening van extra ijzer wordt de beperkende factor in de voeding opgeheven en worden gebreksverschijnselen voorkomen.