De veronderstelling is dat de beschikbaarheid van mangaan tegenwoordig veel groter is en teveel mangaan diverse negatieve invloeden heeft. Voor dit model bestaan diverse aanknopingspunten:

  •          Mangaan is mobieler dan ijzer. Naarmate de pH van de bodem hoger is, is mangaan relatief beter oplosbaar dan ijzer. Het wordt dan meer opgenomen door planten. Er komt dan ook meer mangaan in het stuifmeel. Dit proces speelt een belangrijke rol bij de vermeende negatieve effecten van neonicotinoïden.
  •          Als gevolg van de hogere depositie via de lucht. Mangaan komt in de lucht via de uitlaatgassen van auto´s en vliegtuigen en bij de verbranding van steenkool. Mangaan is een onderdeel van de katalysators die aan benzine en kerosine worden toegevoegd.
  •          Als gevolg van de toevoegingen aan veevoeders. Mangaan wordt als mangaansulfaat toegevoegd aan bijna alle veevoeders om de reproductie te bevorderen, alsook om de productie van eieren te verhogen. Via de mest komt dit op het land terecht.
  •          Bij bacteriële ziekteprocessen wordt mangaan uitgewisseld voor ijzer. Het gaat hier om een fundamenteel en algemeen voorkomend proces. Er zijn tal van ziektes, waarvoor dit is aangetoond.
  • Mangaan stimuleert het foerageringsgedrag bij bijen (bijen gaan de kast uit), in het bijzonder voor het ophalen van nectar (niet van pollen). Dit is lang geleden experimenteel aangetoond.

Mangaangehaltes in bijen zijn te vinden in het artikel Spatial and temporal variation of metal concentrations in adult honeybees http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21823048 of http://edepot.wur.nl/176086. De aangetoonde hoeveelheden mangaan in bijen waren beduidend hoger dan wat normaal is. Het mangaangehalte van bijen aanzienlijk varieert afhankelijk van de locatie en de periode in het jaar.

Het toevoegen van extra ijzer leidt tot een betere verhouding tussen mangaan en ijzer. Hierbij worden de veronderstelde negatieve effecten van teveel mangaan (bevordering reproductie, vermindering vliegkracht van de vliegbijen, verhoging drang om te fourageren) tegengegaan.