Wanneer men extra ijzer aan bijenvolken toedient, doet men iets ongewoons. Men legt een bepaalde sturing op aan het bijensysteem, en die sturing werkt op verschillende manieren uit.

Voor een onderbouwing en om vervolgens te komen tot de beste vorm van ijzertoediening moet men weten hoe het komt dat er bepaalde effecten optreden. Voor een dergelijke theoretische onderbouwing zijn diverse toepassingsmodellen geformuleerd, te weten:

·       Model van microbiële competitie

·       Model van zuur/basisch

·       Model van voeding en bijengezondheid

·       Model van populatieopbouw

·       Honingmodel

·       Model van mangaansturing

Deze modellen dienen niet als exacte weergave van allerlei situaties beschouwd te worden. Ze zijn uitsluitend als hulpmiddel bedoeld om de werkelijkheid te kunnen begrijpen, aanknopingspunten te vinden en vragen te genereren voor de praktijkoplossing.

In de loop van ons onderzoek hebben wij nog twee andere modellen van bijsterfte ontwikkeld. Deze geven een beschrijving van de fundamentele processen, die ertoe leiden dat de bijen steeds "onverwacht" doodgaan en verdwijnen. Ze zullen ter bescherming van onze know-how voorlopig niet in de publieke ruimte gebracht worden. Ze bevatten de kern van het wereldwijd optredende fenomeen van de bijensterfte.