Door middel van monitoring is geprobeerd om factoren bij de bijensterfte in kaart te brengen. Het voornaamste resultaat daarvan is dat men nu weet hoe hoog de bijensterfte is, en wat zoal de verschillen tussen regio´s en locaties zijn. Ondanks de gedetailleerde vragenlijsten zijn er nogal wat tekortkomingen bij de monitoring. Deze worden genoemd in hoofdstuk 20 van Honey Bee Health - Challenges and Sustainable Solutions.

·       De monitoring is zeer sterk gericht op het vaststellen van het sterfteniveau. Met de maatregelen die de bijenhouders nemen om de sterfte terug te brengen wordt geen rekening gehouden.

·       De monitoring meet de sterfte alleen in de winterperiode. Men laat vaak de sterfte in de periode juli – oktober, of andere perioden in het seizoen, achterwege.

·       De monitoring besteedt geen aandacht aan seizoensmatig optredende gebeurtenissen, zoals de weersomstandigheden en het geven van wintervoeding.

·       De monitoring besteed geen aandacht aan zaken die te maken hebben met de ontwikkeling van bijenvolken, bijvoorbeeld de sterkte van de bijenvolken.

.    De monitoring kent een grote mate van non-response. De aard van deze non-response wordt niet nader geanalyseerd.

In deze opsomming zijn de volgende punten achterwege gelaten:

·       Bij de monitoring worden de bodemkundige factoren niet meegenomen. Regionale verschillen zeggen in feite niet zoveel, tenzij men een duidelijke aanwijzing heeft. De locale verschillen kunnen al zeer groot zijn.

·       De monitoring van CCD is zeer onnauwkeurig. Dit heeft te maken met het feit dat het voor de gemiddelde bijenhouder moeilijk is om CCD te onderscheiden van andere verschijnselen, waarbij de bijenvolken het loodje leggen.

·       De monitoring van virussen, zoals dat in de V.S. gebeurt, levert alleen informatie over dit onderdeel. Het gaat bovendien uit van het virusverspreidingsmodel en houdt geen rekening met de wijze waarop virusziekten tot uiting komen.

.   De monitoring laat achterwege om bepaalde vragen stellen vanwege gebrek aan inzichten in de oorzaken. Als men niet weet waarnaar men op zoek is kan men ook de juiste vragen niet stellen.

.    De monitoring houdt geen rekening met de psychologische factor, dat een imker niet zo geneigd is om zijn verlies aan bijenvolken toe te geven. Met name omdat onderzoeksinstellingen dergelijke verliezen aan de ondeskundigheid van de imker wijten of niemand graag zijn eigen verlies wil erkennen.

.    Over de sterfte bij ´urban beekeeping´ bestaan in het geheel geen betrouwbare gegevens.