Om te kunnen begrijpen hoe bijenvolken in de winter het loodje leggen is niet alleen belangrijk te weten welke bacteriën en virussen aanwezig zijn, maar ook om inzicht te hebben in hoe het komt dat sommigen daarvan in korte tijd in grote hoeveelheden aanwezig zijn. Essentiëel is ook het antwoord op de vraag wat al deze micro-organismen doen. Oftewel, welk mechanisme zij gebruiken in de competitie met andere micro-organismen. Daarvoor kan gebruik gemaakt worden van het begrip dominantie.

Dominantie (overheersing) is een situatie, waarbij één enkel organisme de overhand heeft gekregen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de omstandigheden voor dat organisme uitermate gunstig zijn, of wanneer de concurrentie door andere organismen weggevallen is. Dominantie kan zich ook op bacteriologisch en viraal niveau voordoen. Een dergelijke situatie met dominantie van één of enkele dominante soorten kan snel omslaan naar een fatale situatie.

Voor bijen zijn voorbeelden beschreven, waarbij bijenvolken door bacteriële infecties in 2—3 dagen te gronde gingen. Opvallend genoeg ging het hierbij niet om ´erkende ziekteverwekkers´, maar om bepaalde normaal voorkomende soorten uit de darmpopulatie, die opeens de overhand kregen. Vanuit de hoek van de virologie wordt gesteld dat dit soort gebeurtenissen het gevolg is van virussen, bijvoorbeeld door gezonde bijen daarmee te injecteren. Omdat men eigenlijk niet weet hoe deze virussen precies werken is dit mogelijk een onjuiste conclusie.