Volgens de publicatie Diet effects on honeybee Immunocompetence van Alaux et al. (zie http://171.66.127.192/content/6/4/562.full) leidt polyfloraal pollen tot een betere immuniteit bij bijen. Dit wordt vastgesteld via toename van de glucose-oxidase activiteit en het verhoogde haemocytengehalte. Men zoekt de oorzaak van verhoogde immuniteit in de bijen, en niet in de micro-organismen, die in de bijen aanwezig zijn. Men hanteert de veronderstelling dat glucose-oxidase door de bijen geproduceerd wordt. Dit is onjuist. Glucose-oxidase (ijzerbevattend enzym) wordt in het algemeen door schimmels en bacteriën aangemaakt.

Haemocyten (bloedcellen) kunnen wel een rol spelen bij de immuniteit. Deze zitten in het haemolymphe. Ze produceren antimicrobiële eiwitten. Ze zouden aldus een rol kunnen spelen bij het remmen van de micro-organismen, die de varroamijt met zich meedraagt. Mogelijk worden deze microbiële eiwitten afgebroken door de metalloproteases, die door de bacteriën van de mijt aangemaakt wordens. Daarmee is een oorzakelijke relatie gelegd tussen bepaalde mineralen en het verlies aan immunocompetence.

Hoewel veel bekend is over immuniteit en immuunreacties, vormt de statement van Alaux et al. geen onderbouwing. Immunocompetence (= weerstand tegen ziekten) is namelijk een verzamelbegrip van allerlei reacties, die organismen hebben om ziekteverwekkers buiten de deur te houden en te bestrijden. Door immunocompetence als één enkele factor voor te stellen blijft de benadering van Alaux et al. tamelijk oppervlakkig. Door polyfloraal pollen te gebruiken is niet vast te stellen welke factor exact verantwoordelijk is voor de vastgestelde effecten.

In de publicatie van Alaux et al. werd de immunocompetence overigens niet toegeschreven aan de eiwitten in het stuifmeel. Dit kan betekenen dat extra eiwitvoeding geen rol speelt bij het gezond houden van de bijen. Dat is opmerkelijk, want in bijna alle publicaties over bijenvoeding gaat men uit van de veronderstelling dat juist de eiwitten (aanwezig in stuifmeel) de bepalende gunstige factor vormen voor de bijen.

Uit grootschalige studies in de V.S. is gebleken dat het voeden van bijen met soja-eiwitten geen verlaging van de (winter)sterfte geeft. Uit de grote hoeveelheden die worden toegevoegd aan bijenvolken (ca. 500 gram per week per bijenvolk) valt op te maken dat dit soort producten in wezen teveel ballast bevatten, waar de bijen niets aan hebben. Deze eiwit-patties worden overigens voornamelijk gebruikt om bijenvolken snel op sterkte te brengen. Ze zijn niet speciaal ontwikkeld of bedoeld om de gezondheid van de bijen te verbeteren.

Door Alaux et al. zijn de mineralen niet in de analyse betrokken. Ook Brodschneider hecht wat betreft de voeding van de bijen de grootste waarde toe aan de eiwitten (zie http://www.apidologie.org/index.php?option=com_article&access=standard&Itemid=129&url=/articles/apido/full_html/2010/03/m09120/m09120.html). Er wordt over het hoofd gezien dat aan eiwitten mineralen gebonden zitten, bijvoorbeeld aan de eiwitten in het vetlichaam. Deze mineralen komen beschikbaar bij gebruik van het vetlichaam. Wanneer men eiwitvoeding geeft, voegt men impliciet ook mineralen toe.